02-06-10

HET (MOOIE) KOTSENDE MEISJE

Het eten was ronduit niet te vreten. Ik herinner me knalgele omeletten van 10 cm hoog met een soort van geconfijt fruit in alle kleuren erin - denk ik - waarvan ik al moest kokhalzen als ik het zag. Of koude mosselen in bruine saus. Niertjes die van bij het ontbijt al stonken, zodat ik bijna flauw viel van de geur, zelfs helemaal de trappen op tot in de turnzaal. en zelfs op de speelplaats hing de stank. Na een tijdje wisten ze 't wel en als het niertjesalarm  was, werd ik vrijgesteld van het bezoek aan de refter, ook om 16.00. Anders was het achteraf toch miserie en kots. Ik was dus maar beter gewapend en schoof telkens pro-actief aan met plateau en open jaszakken, zodat ik ter hoogte van de koffie mijn dagelijkse munitie, een stapel servietten, in alle stilte kon weggritsen, om mezelf te sparen van een onaangenaam bezoek aan de WC. En dan aan tafel, draaien en scheppen en prutsen met mijn vork. Brij maken van brij. Doen alsof ik kauwde en slikte. Mijn moment afwachten. En schuin langs mijn ooghoeken in het oog houden waar Kwak zich op dat moment bevond. En eens de waggeleend uit mijn vizier, kapte ik de hele inhoud op mijn schoot, en dan hups, servietten toe. De brij werd zorgvuldig in de jaszak gekapt, tot later op de dag, op een stiekem moment, alles - eindelijk! - in de vuilbak kon. Waarop mijn ma zich elke vrijdag vragen stelde: "Maar kindje toch, hoe komt het dat uw jas zo stinkt?". En elke vrijdagnamiddag datzelfde gezeur en verplichte nummertje: "Wat hebt ge allemaal gegeten deze week?". Och mens, zaagt niet zo... maar ze bleef zagen tot ik de hele menu had afgerammeld...

14:59 Gepost door Tania in Varkens Kost | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.